1. Korte trips
  2. Cyprus

Vakantie Cyprus

Cyprus

Cyprus

 
Κυπριακή Δημοκρατία
Kıbrıs Cumhuriyeti
Vlag van Cyprus Wapen van Cyprus
Vlag  
Cyprus
Basisgegevens
Officiële landstaal Grieks en Turks [1]
Hoofdstad Nicosia
Regeringsvorm Republiek
Staatshoofd President Dimitris Christofias
Religie Grieks-orthodox, Islam
Oppervlakte 9.251 km² [2] (-% water)
Inwoners 689.565 (2001)[3]
796.740 (2009)[4] (86,1/km² (2009))
Overige
Volkslied Imnos pros tin Eleftherian
Munteenheid euro (EUR)
UTC +2 (zomers: +3)
Nationale feestdag 16 augustus, 1 oktober Onafhankelijkheidsdag
Web | Code | Tel. .cy | CYP | 357
Voorgaande staten
Kroonkolonie Cyprus Kroonkolonie Cyprus 1960 (Onafhankelijk van het Verenigd Koninkrijk)
Topografie
Cyprus
Portaal Portaalicoon Landen & Volken

De Republiek Cyprus (Grieks: Κύπρος Δημοκρατία, Kýpros Dimokratia; Turks: Kıbrıs Cumhuriyeti) is gelegen op het gelijknamige eiland Cyprus in het oosten van de Middellandse Zee, ca. 70 km ten zuiden van Turkije en 105 km ten westen van Syrië. Cyprus behoort geografisch gezien tot het Aziatische continent, echter om politieke en culturele redenen wordt Cyprus tot Europa gerekend. Cyprus is sinds 2004 lid van de Europese Unie.

Sinds 1983 bestaat op het noordelijk deel van het eiland de Turkse Republiek Noord-Cyprus, die alleen door Turkije wordt erkend. Het eiland is daarmee feitelijk in tweeën gedeeld.

Geschiedenis

Cyprus staat volgens de Griekse mythologie bekend als geboorteplaats van de godin Aphrodite.

De geschiedenis van Cyprus is bepaald geweest door de vaak strategische ligging van het eiland aan de uithoeken van de grote rijken in de loop der tijden. Ook de bodemrijkdom van Cyprus maakte het een begeerd eiland. Hierdoor is de geschiedenis van Cyprus in feite een geschiedenis tussen oost en west in het klein.

Vooral onder invloed van Griekenland, dat zich cultureel verwant voelde en met een veto tegen een verdere uitbreiding van de Europese Unie naar Oost-Europa dreigde, werd Cyprus tussen 1990 en 1999 door de EU als toekomstige lidstaat aanvaard. In mei 2004 werd het land lid van de EU en op 1 januari 2008 werd de euro als wettelijk betaalmiddel ingevoerd.

Bestuurlijke indeling

Cyprus is bestuurlijk officieel onderverdeeld in zes districten. Deze districten zijn echter nog van voor de deling van het eiland en de grenzen van de districten houden zich daarom niet aan de grens tussen het Grieks- en bezet Turks-Cypriotische deel van het eiland.

Demografie

Taal

Talen op Cyprus zijn:

  • Grieks
  • Turks
  • Engels

Bevolking

Etnische groepen):
  • 68% Grieken
  • 27% Turken
  • 5% Overige, waaronder Armeniërs

Religies):

  • 69% Grieks-orthodox
  • 27% Moslim
  • 4% Overige, waaronder leden van de Armeens-apostolische Kerk en de Maronitische Kerk, Hindoes, Sikh, Bahá'í, Joden, Protestanten (inclusief Pinkstergemeenten) en Rooms-katholieken van de Latijnse Ritus.

Geografie

Kerncijfers

  • oppervlakte: 9.251 km² [2] (in de praktijk controleert de officiële Cypriotische regering maar 5.895 km² van Cyprus, het overige gedeelte, ongeveer 1/3 van het eiland, wordt bestuurd door de niet-erkende staat Turkse Republiek Noord-Cyprus)
  • inwoners: 796.740 (2009)[4]
  • bevolkingsdichtheid: 86,1/km² (2009)

Steden

De hoofdstad is Nicosia (Lefkosía [Gr.] / Lefkoşa [Tr.]).

Andere belangrijke steden op het eiland zijn:

  • Limasol (Lemesos)
  • Larnaca
  • Paphos
  • Famagusta (Ammochostos) (Gazimağusa [Tr.])
  • Kyrenia (Girne [Tr.])

Geologie

Het woord "koper" is hetzij afgeleid van de naam Cyprus, hetzij Cyprus is genoemd naar koper. Het element koper komt veel voor op Cyprus en wordt van oudsher gedolven.

Bezienswaardigheden

  • Ruïnes uit de Romeinse tijd (2e tot 5e eeuw na Chr.) in Paphos
  • Troodosgebergte met berg Olympus (1952 m.)
  • Kykkosklooster
  • Pano Lefkara, dorp met kantwerk
  • Pedieos, langste rivier van Cyprus
  • Rots van Aphrodite
  • Choirokoitia, archeologische site uit het Neolithicum

Economie

De economie steunt vooral op de export van agrarische producten (m.n. citrusvruchten, aardappelen, druiven, tabak) en op de inkomsten uit het toerisme. De visserij is nauwelijks van belang: de wateren rond het eiland zijn arm aan vis. Er is enige mijnbouw: koper- en ijzererts, marmer en gips. (Het Nederlandse woord koper komt van κυπρoς, de Griekse naam van Cyprus, hoewel niet duidelijk is of het eiland naar koper is vernoemd of koper naar het eiland).

Er is een groot verschil in welvaart tussen het Noorden en het Zuiden. Grieks-Cyprus onderhoudt internationale economische betrekkingen en is sinds 1 mei 2004 lid van de EU. Mede door de open economie is de welvaart in het Griekse deel hoger dan in het Turkse deel. Het Turkse deel is voor de economie afhankelijk van Turkije. Het wordt niet erkend, waardoor economische betrekkingen en handel buiten Turkije niet mogelijk zijn. Als gevolg hiervan is de welvaart aanzienlijk lager. Om dit verschil in welvaart te verkleinen heeft de Europese Unie financiële steun aan het Noorden beloofd. Uit protest wordt dit echter geblokkeerd door de Grieks-Cypriotische parlementsleden in de EU.

Op 1 januari 2008 heeft Cyprus samen met Malta de euro ingevoerd . Zij zijn daarmee het 14e en het 15e euroland. De euro vervangt hiermee het Cypriotisch pond.

Politiek

Deling van het eiland

Scheidingslijn door Nicosia, op de achtergrond het Turkse deel van de stad
UN bufferzone bij Nicosia, 2007
 
In de tijd van de dekolonisatie werden in de Britse kroonkolonie Cyprus besprekingen gevoerd over meer autonomie. De Griekse gemeenschap eiste echter onafhankelijkheid. Een meerderheid van de Grieks-Cyprioten wenste zelfs aansluiting van Cyprus bij Griekenland (enosis).

Voor de Turks-Cyprioten was dit onbespreekbaar omdat ze niet als Turkse minderheid in een Griekse staat wilden wonen. Zij streefden, vooral op aansturen van Turkije, naar de scheiding van het eiland in een Turks-Cypriotisch en een Grieks-Cypriotisch deel. Omdat de Britten weinig wilden weten van een onafhankelijk Cyprus, ging de nationalistische, Grieks-Cypriotische organisatie EOKA in 1955 over tot een geweldscampagne tegen de koloniale overheerser, Turks-Cyprioten en Griekse tegenstanders van "enosis". In de praktijk werden veelal Turks-Cyprioten het slachtoffer. Het gevolg was dat veel Turks-Cypriotische dorpen werden geplunderd, waarbij velen werden gedood, wat door de Turken wordt aangeduid als "etnische zuiveringen". Turks-Cypriotische nationalisten richtten in hetzelfde jaar een eigen gewapende militie op als tegenactie, die aanvankelijk "Volkan" en later TMT werd genoemd.

Na een pijnlijke periode van vier jaar guerrilla besloten Turkije, het Verenigd Koninkrijk en Griekenland tijdens onderhandelingen in Londen en Zürich het eiland onafhankelijkheid te verlenen. Een onafhankelijkheid onder curatele, want Ankara, Athene en Londen behielden zich als garantstellende mogendheden het recht voor om op Cyprus in te grijpen als de grondwettelijke orde zou worden verstoord. De grondwet bevatte zo veel mogelijkheden voor beide gemeenschappen om het bestuur te frustreren dat al in 1963 het staatsapparaat tot stilstand kwam. De voorstellen van president Makarios om de grondwet te wijzigen en de vergaande bescherming van de Turks-Cypriotische gemeenschap (18% van de bevolking) in te perken, leidden in december 1963 tot gevechten tussen Turks en Grieks-Cypriotische nationalisten, die beiden nog enosis (volledige aansluiting bij Griekenland) en taksim (deling van het eiland in twee gemeenschappen) in hun vaandel droegen.

In de loop van de jaren zestig wist aartsbisschop Makarios een meerderheid van de Grieks-Cyprioten achter zijn politiek van enosis te krijgen. De rol van Griekenland bij het onderhandelingsproces over de onafhankelijkheid, maar vooral het optreden vanaf 1967 van een militaire junta in Athene, luidde de tijdelijke ondergang in van het eens zo populaire begrip enosis. Het begrip taksim bleef populair bij de Turks-Cypriotische nationalisten, die daarbij steun ontvingen van de Turkse regering. Na de onafhankelijkheid namen de spanningen tussen Grieken en Turken toe en deze kregen tussen 1963 en 1967 het karakter van een burgeroorlog, waarin Grieks en Turks-Cypriotische nationalisten tegenover elkaar stonden. Dit was aanleiding voor de VN tot het sturen van een vredesmacht, die nog steeds op het eiland opereert. Onder gewelddadige druk van Grieks-Cypriotische nationalisten trok een groot deel van de Turks-Cyprioten zich terug in enclaves, die door de regering tot het enigszins afnemen van de spanningen na 1967, bovendien economisch en politiek werden geboycot. Na een crisis in 1967, waarbij hevige onderlinge gevechten leken uit te lopen op een invasie door Turkije, die wilde optreden als garantstellende mogendheid, begonnen beide gemeenschappen onderhandelingen. Dat gebeurde onder leiding van Rauf Denktaş en Glafkos Klerides, die tijdelijk een zekere ontspanning teweeg brachten.

Die toenadering werd ruw onderbroken toen het Griekse kolonelsbewind in 1974 een staatsgreep tegen president Makarios organiseerde, met als doel aansluiting van Cyprus bij Griekenland. Deze staatsgreep leidde tot hevige gevechten tussen voor- en tegenstanders van aartsbisschop Makarios. De poging tot staatsgreep en doorgaande geweldscampagnes van EOKA tegen de Turks-Cyprioten was aanleiding voor Turkije om eenzijdig in te grijpen, nadat de Britten hadden geweigerd in te stemmen met een gezamenlijke actie. Turkije ging in juli 1974 over tot een invasie waarbij een deel van het noorden van het eiland werd bezet. De Turkse invasie betekende het mislukken van de staatsgreep en het einde van wederzijdse geweldscampagnes. Bij verdere onderhandelingen over de kwestie tussen Griekenland, Turkije en Groot-Brittannië werd geen overeenstemming bereikt.

In plaats van zich terug te trekken begon Turkije in augustus echter een nieuw offensief, waarbij het gehele noorden van het eiland en de stad Famagusta werden bezet. Het Turkse optreden had een enorme vluchtelingenstroom tot gevolg. Honderdduizenden Grieks-Cyprioten werden met geweld van huis en haard verdreven. Na het sluiten van een wapenstilstand, begonnen dit keer onder toezicht van de VN, een uitwisseling van Grieks-Cyprioten naar het zuiden en Turks-Cyprioten naar het noorden. Het gevolg was een politieke, sociale, en economische scheiding van het eiland, die tot op heden bestaat: in het zuiden het onbezette gebied van Republiek Cyprus en in het noorden de in 1983 zelfverklaarde Turkse Republiek Noord-Cyprus (TRNC). Resolutie 541 van de Veiligheidsraad van de VN (1983) verklaarde het uitroepen van de onafhankelijkheid door Noord-Cyprus onwettig en deed een oproep voor de terugtrekking van de Turkse troepen. Deze resolutie vroeg ook aan alle lidstaten om de regering van het gebied dat zich afscheidde niet te erkennen en geen steun te verlenen.

Enkel Turkije erkent de regering van de TRNC. De scheidingslijn tussen het bezette deel van het eiland en het vrije deel loopt dwars door Nicosia. Op deze grens ligt ook de tot niemandsland verklaarde spookstad Varoshia, de toeristische buitenwijk van Famagusta, die door het Turkse leger van de buitenwereld is afgesloten.

Cyprus in de 21e eeuw

Sinds de scheiding in 1974 is Rauf Denktaş leider van het noorden van het land. Sinds 20 april 2005 is Mehmet Ali Talat de nieuwe gekozen president van de Turkse Republiek Noord-Cyprus. In maart 2003 was Tassos Papadopoulos president geworden van het zuiden van het land. In februari 2008 is hij opgevolgd door Dimitris Christofias.

De bezetting van het noordelijke deel van Cyprus in 1974 door Turkije is omstreden. Sommigen beweren dat het niet om een "bezetting" gaat omdat Turkije zich zou baseren op het Akkoord van Londen van 1959 waarin ook eenzijdig ingrijpen mogelijk is. Daarnaast zou de Turks-Cypriotische bevolking de aanwezigheid van de Turkse troepen tolereren en ondersteunen uit veiligheid. Voor de Verenigde Naties is Noord-Cyprus echter bezet gebied, en is de zogenaamde "Turkse Republiek Noord-Cyprus" slechts een marionetten-regime van Turkije. Pogingen van bepaalde landen om de TRNC te erkennen worden onder internationale druk achterwege gelaten. Door de militaire operatie van 1974 is de rust op het eiland in ieder geval verzekerd. Het opende de mogelijkheid tot 'vreedzame' en geweldloze onderhandelingen tussen de bevolkingsgroepen. Voorheen was dit door burgeroorlogen en moeizame politieke ontwikkelingen nauwelijks meer mogelijk.

In 2007 kwam er een dooi in de relaties tussen Grieks-Cyprioten en Turks-Cyprioten.

Moeizame hereniging

De geschiedenis van Cyprus na de stichting van de Republiek Cyprus in 1960 kenmerkt zich vooral door moeilijkheden van een hereniging van beide bevolkingsgroepen. Deze constatering baseert zich op de volgende ingrijpende gebeurtenissen: "enosis"-campagnes in de jaren 1952-59, de hierdoor ontstane burgeroorlogen vanaf 1963, Cyprus-crises in 1967 vanwege eenzijdige pogingen de grondwet te veranderen, de militaire ingreep van 1974 op grond van garantieovereenkomsten, de eenzijdige 'oprichting' van TRNC en de afwijzing van plannen voor hereniging. De realiteit van Cyprus is dat er etnisch, taalkundig, godsdienstig en cultureel gezien twee verschillende gemeenschappen zijn. Men zou kunnen stellen dat een hereniging, door de grote onderlinge verschillen, wordt bemoeilijkt. Als alternatief voor hereniging zou de internationale gemeenschap kunnen overwegen een federale oplossing te vinden voor het conflict. Tot op heden blijft men echter volharden in een hereniging.

Onderhandelingen in april 2004

In 2004 vonden onderhandelingen plaats over voorstellen van VN-chef Kofi Annan met als doel de hereniging van Cyprus. Directe aanleiding was de aankomende toetreding van Cyprus tot de Europese Unie op 1 mei dat jaar. Het vredesvoorstel van Annan werd echter afgewezen door de Grieks-Cyprioten. Er werden referenda gehouden, zowel in het noorden, als in het zuiden, en de meerderheid van de bevolking in het noorden (64,91%),stemde voor hereniging. De meerderheid van de bevolking in het zuiden (75,83%) stemde tegen de hereniging. Er zijn diverse redenen, waarom de Grieks-Cyprioten zich tegen dit plan keerden:

  • het langdurig stationeren van grote contingenten Turkse en Griekse militairen op het eiland, waar eerder sprake was van demilitarisering;
  • de compensatieregeling voor Cyprioten, die hun bezittingen waren kwijtgeraakt, kwam volledig ten laste van de Cypriotische schatkist en niet van de Turkse;
  • de handhaving van het Akkoord van Londen (1959), waardoor Ankara in de toekomst opnieuw een voorwendsel zou kunnen hebben om in te grijpen en
  • de regeling waaronder een groot deel van de Turkse immigranten mocht blijven.

Argumenten voor de Turkse bezetting van het noorden

  • Het streven van de Grieks-Cypriotische nationalisten naar enosis, wat neerkomt op aansluiting bij Griekenland (altijd verworpen door de Turks-Cyprioten);
  • Burgeroorlogen, als gevolg van enosis (gewelds)campagnes en tegenacties, dat heeft geleid tot terugtrekking van Turks-Cyprioten tot enclaves en humanitaire drama's aan beide kanten;
  • De van kracht blijvende garantie overeenkomsten (Akkoorden van Londen) tussen Griekenland, Groot-Brittannië en Turkije, waarmee eenzijdig optreden in crisis situaties mogelijk blijft;
  • De voortzetting van de onderhandelingen, voor een duurzame oplossing van het conflict, kunnen zonder geweld plaatsvinden;
  • Voortdurende etnische spanningen tussen de twee gemeenschappen, waardoor conflictsituaties uit het verleden zich kunnen herhalen (er is veel haatpropaganda).
  • Pogingen tot grondwetswijzigingen door Makarios, waardoor staatsrechtelijke voortgang onmogelijk werd. Hierdoor zou de Republiek Cyprus van 1960 onwerkbaar zijn geworden.

Bron: Wikkipedia